“Ik behandel twee groepen patiënten: mensen met adem- en stemklachten en kinderen of pubers met afwijkende mondgewoonten. De eerste groep bestaat uit volwassenen, de tweede grotendeels uit 10- tot 17-jarigen. Allemaal kunnen ze wel iets met de re-mind, dus ik ben blij dat ik dit hulpmiddel ontdekt heb. De apparaatjes in mijn praktijk zijn vrijwel continu in gebruik.
Mond open of dicht?
Als mensen voor het eerst bij mij komen, geef ik ze de re-mind mee naar huis. Gebruik hem maar een weekje, zeg ik dan, puur ter observatie. Steeds als ze hem voelen trillen, moeten ze naar zichzelf kijken. Heb ik mijn mond open of dicht? Waar ligt het puntje van mijn tong? Waar voel ik mijn adem? Zit ik rechtop of ingezakt? Heb ik mijn buikspieren aangespannen? Ze hoeven er nog niks mee te doen. Alleen constateren: hoe is mijn houding of gedrag? Na een week zie ik de patiënt terug in mijn praktijk. Hij of zij is zich dan bewust van het ‘probleem’.
Ik neem de re-mind weer in en leer ze eerst de techniek voor een nieuwe gewoonte die ze moeten gaan aanleren. Het duurt soms even voor ze die voldoende onder de knie hebben. Op het moment dat ik denk dat ze thuis kunnen gaan oefenen, bouwen we de behandelingen af en geef ik ze de re-mind mee naar huis. Dan vraag ik ze meestal om er zelf één te bestellen of hem over te kopen.